Kengetallen schuldpositie

In de notitie meerjarig financieel inzicht voor de raad van de commissie BBV is aangegeven dat de belangrijkste indicatoren en kengetallen van de balans en van de baten en lasten in samenhang dienen te worden gepresenteerd en toegelicht. De ontwikkeling van deze samenhang in de loop van de tijd wordt hierin verwerkt en de trends worden geduid. In de notitie Schuldpositie 2023 heeft de raad besloten drie kernindicatoren schuldpositie aan te wijzen. In de programmabegroting en jaarstukken worden deze aangevuld met een aantal ondersteunende indicatoren, welke de kernindicatoren nuanceren, of in breder perspectief plaatsen. Daar waar het verplichte indicatoren betreft kunnen ook vergelijkende cijfers van het gemiddelde van gemeenten in de categorie 160.000 - 200.000 inwoners worden weergegeven omdat deze informatie wordt gepubliceerd. De onderstaande analyse richt zich op samenhang en trends, de ontwikkeling per kernindicator wordt toegelicht in de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bij het onderdeel schuldpositie. De toelichtingen op de manier hoe de indicatoren dienen te worden berekend staan in de notitie Schuldpositie 2023.

De indicatoren geven in één oogopslag een beeld van de financiële gezondheid van de gemeente. Bij de kernindicatoren valt op dat twee van de drie kernindicatoren eind 2025 op groen staan. De netto schuldquote is op basis van de werkelijkheid eind 2025 hoger dan bij gemiddelde gemeenten van vergelijkbare omvang, maar bevindt zich in de categorie minst risicovol. Echter zijn de verschillen binnen de vergelijkingsgroep groot. De overdracht van de gronden GEM A4 zone west in 2023 heeft geleid tot een daling van de grondexploitatiequote tot nabij het gemiddelde. De daling van de netto schuldquote heeft zich in 2025 voortgezet en bevindt zich nu op de laagste stand van de afgelopen 15 jaar. Omdat de grondexploitatiequote zich nu nabij het gemiddelde bevindt, wordt de hoger dan gemiddelde netto schuldquote niet meer veroorzaakt door grondbezit, maar voornamelijk door de investeringen die in het kader van de ambities in het verleden zijn gedaan. Deze dalende netto schuldquote geeft in de toekomst meer ruimte totdat de signaalwaarde wordt bereikt. De solvabiliteit bevindt zich in oranje (neutraal), maar is duidelijk beter dan bij gemeenten van vergelijkbare omvang. Hierdoor heeft Haarlemmermeer een solide financiële positie in tijden van financiële tegenspoed. Ook de weerstandsratio bevestigt dit beeld.

Op de langere termijn bewegen de netto schuldquote en de solvabiliteit zich in de categorie neutraal (oranje). De lasten schuldpositie blijft gedurende het gehele meerjarenbeeld op groen. Hieruit blijkt dat de schuld betaalbaar blijft. De stijging van de netto schuldquote wordt enerzijds veroorzaakt door de voorgenomen investeringen, anderzijds neemt voorraad onderhanden werk (met name grondexploitaties) fors toe. Dit is ook terug te zien in de ratio grondexploitatie in de periode 2026-2030. Van de totale stijging van de netto schuldquote in 2030 wordt 6,5% verklaard door een stijging van de voorraad onderhanden werk. Bij de voorraden bouwgrond wordt de rente van de financiering voor de aankoop bijgeschreven bij de voorraad. De rente drukt zodoende niet op de exploitatie. Bij de verkoop van de kavels worden de rentekosten van deze schulden goed gemaakt, waardoor een stijging van de schuld hiervoor anders geïnterpreteerd dient te worden dan een stijging voor reguliere investeringen. De solvabiliteit wordt genoemd als meest omvattende globale indicator van de vermogenspositie. Ook deze indicator bereikt nu de hoogste waarde sinds 2011. De solvabiliteit daalt de komende jaren als gevolg van geplande onttrekkingen aan de Algemene dekkingsreserve. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het gebruik van de Algemene dekkingsreserve om de begroting sluitend te maken. In hoeverre de reserve werkelijk wordt ingezet, zal van grote invloed zijn op de mate waarin de solvabiliteit daalt. Ondanks deze geplande onttrekkningen blijft de solvabiliteit in het meerjarenbeeld beter dan bij de vergelijkingsgroep. Bij de ondersteunende indicatoren zien we een daling in de weerstandsratio, met name veroorzaakt door het toevoegen van het risico 'Lagere grondopbrengsten door hogere betaalbaarheidseis woningbouwprogramma’s'. Dit wordt toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij andere ondersteunende indicatoren zien we dat de belastingcapaciteit zich als gevolg van de stijgingen van de van de heffingen in het rood begeeft. Dit wordt toegelicht in de paragraaf lokale heffingen. De ratio voor 2027 zal nog dalen op het moment dat het landelijke gemiddelde over 2026 gepubliceerd is. De stijgende ratio belastingcapaciteit is wel een trend die ook bij vergelijkbare gemeenten te zien is. De indicator structurele exploitatieruimte was in 2025 nog ruim positief, maar is vanaf 2026 dalend. Vanaf 2029 is deze oranje en bevind zich, nog net postief, nabij de nul.

Met twee kernindicatoren die zich op termijn binnen oranje bewegen is waakzaamheid voor de hoogte van de schuld wenselijk, maar er is nog geen reden tot noodzakelijk ingrijpen op hoogte van de schuld. Uit de analyse bij de notitie Schuldpositie 2023 is daarbij gebleken dat de kengetallen, zeker in de laatste jaarschijven, onzekerheid vertonen en in de praktijk, ondanks zorgvuldige ramingen, door diverse oorzaken beter uitvallen dan ingeschat. De goede uitgangspositie na 2025, de lage gemiddelde rente op de bestaande leningenportefeuille (1,28% bij de Jaarstukken 2025) en het weerstandsvermogen van de gemeente maken dat de last van de schuld op de langere termijn houdbaar is en blijft. De spreiding binnen de leningenportefeuille voorkomt daarnaast dat de gemeente kwetsbaar is voor een renteschok. Dit blijkt ook uit de ruimte die er is tot de renterisiconorm. Wel zien we de druk op het meerjarenbeeld terug in indicatoren als de solvabiliteit, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte. Met het oog op onzekerheden in het meerjarenbeeld vanaf 2028, en de lagere inkomsten vanuit het gemeentefonds, is het van groot belang de het totale financiële beeld goed te bewaken.