Beschrijving en toelichting op de voorzieningen
Hierna beschrijven wij wat de doelstellingen zijn van de ingestelde voorzieningen. Voor het het financiële verloop van de voorzieningen wordt verwezen naar het hoofdstuk Overig.
Voorziening door derden beklemde middelen | |
|---|---|
Voorziening Tariefsegalisatie afvalstoffen-heffing | Deze voorziening is bedoeld om schoksgewijze tariefaanpassingen te voorkomen door fluctuerende jaarresultaten op het taakveld afval. |
Voorziening Tariefsegalisatie rioolheffing | Deze voorziening is bedoeld om schoksgewijze tariefaanpassingen te voorkomen door fluctuerende jaarresultaten op het taakveld rioleringen. |
Voorziening onderhoudsegalisatie | |
Voorziening onderhoud gebouwen | Deze voorziening is gevormd voor de egalisering van de in de tijd onregelmatig verspreide kosten voor onderhoud aan gemeentelijke vastgoedobjecten. |
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's | |
Voorziening bovenwettelijk verlof | Voor het bovenwettelijke verlof dat geen gelijke omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi moet volgens de commissie BBV een voorziening worden opgenomen. Bij toename van het bovenwettelijk verlof wordt de voorziening verhoogd. Bij een afname is er sprake van vrijval ten gunste van de exploitatie. |
Voorziening Pensioen-verplichtingen wethouders | Per 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en worden de pensioenen overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Hierdoor moet een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP gedaan worden. Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties (BZK) is gebleken dat onze voorziening al per ultimo 2024 ruim voldoende is om de overdrachtswaarde per 1 januari 2028 te kunnen voldoen. Jaarlijks wordt de stand van de voorziening geactualiseerd tot en met de overdracht naar ABP per 1 januari 2028. Vanaf dat moment zal een voorziening niet langer nodig zijn. |
Voorziening regeling vervroegde uittreding | Deze voorziening is bedoeld ter dekking van de kosten als gevolg van vervroegde uittreding. De regeling voor vervroegde uittreding (RVU) geeft een beperkt aantal medewerkers dat aan specifieke voorwaarden voldoet, de mogelijkheid vervroegd met pensioen te gaan. Zo moet de medewerker bijvoorbeeld op de ingangsdatum van de RVU 41 jaar in dienst zijn geweest van een bij ABP aangesloten werkgever en moet de medewerker uiterlijk 31 december 2028 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben. Indien gebruik gemaakt wordt van de RVU heeft de medewerker tijdens zijn deelname aan de RVU recht op een maandelijkse uitkering gelijk aan de fiscale drempelvrijstelling voor de RVU. |
Voorziening verlofsparen | Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning, bijvoorbeeld voor vervroegd pensioen of een sabbatical. Medewerkers kunnen bovenwettelijke verlofuren aanmerken als verlofsparen, deze gespaarde verlofuren verjaren niet. Ook aangekochte extra verlofuren kunnen ingezet worden voor verlofsparen. De verlofuren die door medewekers als verlofsparen zijn aangemerkt, vertegenwoordigen een waarde. |
Voorziening Wachtgeld-verplichtingen voormalig personeel | Dekking van toekomstige betalingsverplichtingen van wachtgelden aan voormalig personeel. Jaarlijks wordt de voorziening geactualiseerd. |
Voorziening Wachtgeld-verplichtingen wethouders | Naast de wachtgelden is de gemeente eigenrisicodrager voor de lasten die voorvloeien uit de Werkloosheidswet (WW). De verplichtingen die hieruit volgen, zijn opgenomen in deze voorziening. |
