Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Tabel 212
Portefeuillehouder: Nobel |
---|
Inleiding
In de uitvoering van onze taken zijn risico's niet te vermijden, maar we moeten er rekening mee houden dat ze impact kunnen hebben op de realisatie van onze doelen. Daarom gaan we zorgvuldig om met risico's, willen we bewuste afwegingen maken bij het aangaan van risico's en passende beheersmaatregelen nemen. Indien risico’s zich toch manifesteren willen wij zorgen dat we dit kunnen dragen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen. Het geeft een beeld van de robuustheid van onze financiële situatie. Een gezond weerstandsvermogen stelt ons in staat om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit ons beleid of de uitvoering daarvan direct in gevaar brengt.
De raad heeft in 2017 de Notitie Risicomanagement (2017.47899) vastgesteld. Hierin is onder meer gedefinieerd hoe we omgaan met risico’s, wat de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen zijn en hoe ze worden bepaald. In deze paragraaf rapporteren we over de voornaamste risico's en het weerstandsvermogen volgens de in de notitie vastgelegde richtlijnen. Daarnaast zijn in deze paragraaf ook de vijf, in het BBV, voorgeschreven financiële kengetallen opgenomen.
Risico’s
Van al onze geïdentificeerde en geregistreerde risico’s is bepaald wat de kans is dat de gebeurtenis zich voordoet en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Deze risico's zijn allen meegenomen in de analyse van het weerstandsvermogen, in een kans- en gevolgklasse.
De indeling van de financiële gevolgklassen is gerelateerd aan onze begrotingsomvang. Omdat risico’s te maken hebben met onzekerheid zijn de kansklassen lastig in te schatten. Om een klasse te bepalen kan men zich bijvoorbeeld afvragen of het risico zich al eerder heeft voorgedaan of onder welke condities het risico optreedt.
Conform het beleidskader dat uiteen is gezet in de notitie Risicomanagement rapporteren wij in de P&C producten de voornaamste risico's met financiële gevolgen (risico's vanaf € 1 miljoen, aangevuld met de risico's vanaf € 0,4 miljoen waarbij de kans van optreden 70% of hoger is). De geactualiseerde inventarisatie heeft acht voornaamste risico's met financiële gevolgen opgeleverd. Deze worden hieronder toegelicht. De wijze van sturen, beheersen en rapporteren van onze risico’s is nader uitgewerkt in de notitie Risicomanagement 2017.
In de weergave van de voornaamste risico's wordt inzicht gegeven in de kans en het gevolg. Naast de kans en gevolgklassen geven wij ook aan of een risico structurele (S) of incidentele (I) gevolgen heeft. Indien een risico structureel is, laten wij het meerjarige financiële gevolg zien. De informatie hierover vindt u in de koptekst van de risico’s (K(ans); G(evolg); S of I). De volgende kans- en gevolgklasse worden gehanteerd:
In gevallen waarbij dit de belangen van de gemeente kan schaden (zoals juridische geschillen) doen wij in deze paragraaf geen uitspraak over de kans en/of de financiële gevolgen.
Tabel 213
Kans | Percentage | Gevolg | Omvang | Type |
---|---|---|---|---|
K1 | 10% | G1 | < € 0,1 miljoen | Structureel |
K2 | 30% | G2 | € 0,1 miljoen - € 0,4 miljoen | Incidenteel |
K3 | 50% | G3 | € 0,4 miljoen - € 1 miljoen | |
K4 | 70% | G4 | € 1 miljoen - € 5 miljoen | |
K5 | 90% | G5 | > € 5 miljoen |
Belangrijkste mutaties ten opzichte van de Jaarstukken 2018
Het totaal aantal voornaamste risico's is gelijk gebleven ten opzichte van de Jaarstukken 2018. Met ingang van dit P&C document komt het risico 'BTW binnensport' te vervallen. Het risico 'Inroepen garantie Stallingsbedrijf Glastuinbouw' is gewijzigd, deze is met ingang van dit P&C document gekwantificeerd. Het risico 'Badhoevedorp-Zuid' is gewijzigd op basis van de risicoanalyse die medio 2019 in samenwerking met een gespecialiseerd bureau is uitgevoerd.
Voornaamste risico's
Complex omleggen A9 Badhoevedorp (R7)
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen (G5, K5, I)
In 2005 hebben het Rijk, provincie Noord-Holland, stadsregio Amsterdam, gemeente Amsterdam, Schiphol Group en gemeente Haarlemmermeer de Bestuursovereenkomst Omlegging A9 te Badhoevedorp getekend. Met de uitvoering van deze overeenkomst wordt de A9 door het Rijk omgelegd ten zuiden van Badhoevedorp en wordt het vrijkomende oude tracé van de A9 door de gemeente en verbonden partijen herontwikkeld. De kosten van de omlegging bedragen in totaal circa € 300 miljoen. Wij dragen € 107,4 miljoen (prijspeil 1-1-2005) bij aan de omlegging. Tot 1-1-2017 hebben we een bedrag van € 19,6 miljoen betaald. Daarnaast is met het Rijk overeengekomen dat onze te ontvangen restitutie als gevolg van een aanbestedingsvoordeel verrekend wordt met de te betalen bijdragen. De aldus resterende bijdragen ad € 86,3 miljoen (prijspeil 2018) worden onder meer gedekt met bijdragen uit de gebiedsontwikkelingen Badhoevedorp-Centrum en Badhoevedorp-Zuid.
In 2018 is conform afspraak een bijdrage van € 18,6 miljoen gedaan. Naast de afdracht zelf zijn er ook nog begeleidingskosten, vergoedingen voor de waarde van te verwijderen opstallen en een HOV-bijdrage. Aangezien een deel van de dekking gevormd wordt door nog te realiseren gebiedsontwikkelingen, die deels nog juridisch-planologisch moeten worden bepaald en/of vastgesteld, bestaat het risico dat deze niet volledig of pas veel later gerealiseerd kunnen worden. Dit zorgt voor een risico in de dekking van onze bijdrage aan de omlegging.
Beheersmaatregel: verminderen
De Omlegging A9 is geen actieve grondexploitatie, maar hiervoor is wel een gedetailleerde kansen en risicoanalyse opgesteld met als doel verminderen van de opgave of vergroten van de dekking. Een onderdeel van de dekking is Badhoevedorp Centrum en dit is een actieve grondexploitatie. Onderdeel van deze exploitatie is een register van risico's en kansen. Daarin zijn voor alle onderliggende risico’s en kansen waar mogelijk de beheersmaatregelen aangegeven, met als doel het zeker stellen van de dekking.
Richting Rijkswaterstaat en de bestuurspartners blijven wij inzetten op het verder verlagen van de opgave en/of vergroten van de dekking.
Openeinderegelingen Sociaal Domein (R6)
Zorg en werk (G5, K4, S)
Wij zijn vanuit diverse soorten wet- en regelgeving verplicht om hulp of assistentie te verlenen aan onze inwoners. De middelen die gemeente Haarlemmermeer voor deze zogenoemde openeinderegelingen beschikbaar heeft, kunnen slechts beperkt worden vergroot als de werkelijke vraag de verwachting overstijgt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het minimabeleid (waaronder de bijzondere bijstand), de gemeentelijke schuldhulpverlening, Wmo-verstrekkingen (zoals woningaanpassingen) en bijstandsuitkeringen, maar ook voor de gemeentelijke taken voor de uitvoering van de Jeugdwet en de nieuwe Wmo. Zo kan het voorkomen dat er, bijvoorbeeld op last van de Kinderrechter, hulp nodig is die niet onder contract staat. Wij houden de budgetten en vraagontwikkeling nauwlettend in de gaten, maar overschrijdingen zijn door kortingen op rijksbijdragen, fluctuaties in hulpvragen en gevraagde voorzieningen niet uit te sluiten. In 2017 hebben we dit voor het eerst niet kunnen opvangen binnen de beschikbare budgetten en hebben we een beroep gedaan op de Behoedzaamheidsreserve. Deze trend heeft zich doorgezet in 2018. Met ingang van 1-1-2019 is de Behoedzaamheidsreserve opgeheven.
Beheersmaatregel: verminderen
Ons sturingsmodel (onder andere categoriemanagement, monitoring budgetuitputting, sturing op de bedrijfsvoering) is een continu proces. Met dit sturingsmodel monitoren wij in feite dagelijks. Indien wij signalen krijgen dat zaken (waar onder financieel) uit de pas dreigen te lopen zijn er verschillende instrumenten die we in kunnen zetten.
Actieve grondexploitaties (R20)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G5, K2, I)
Door middel van grondexploitaties ontwikkelen wij gronden die in ons bezit zijn. Daaraan zijn financiële risico’s verbonden: het risico dat de prijzen niet of minder stijgen dan waarmee gerekend is, het risico dat het beoogde programma niet (geheel) kan worden uitgevoerd en het risico dat de grondverkopen niet volgens het geplande tempo verlopen. Om de kans van optreden op deze risico’s te verlagen voeren wij de nodige beheersmaatregelen uit. Voor alle grondexploitaties geldt dat zowel de strategie als het uitgiftetempo aangepast zijn aan de economische omstandigheden. Ook zijn op de standlijn van 1 januari 2019 alle grondexploitaties en bijbehorende risicobeoordelingen geactualiseerd. Het risicobedrag is het ongewogen risicobedrag van de negatieve grondexploitaties per 1 januari 2019.
Beheersmaatregel: verminderen
Voor alle actieve grondexploitaties wordt een register van risico's (en kansen) bijgehouden en daarin zijn voor alle onderliggende risico's waar mogelijk de beheersmaatregelen aangegeven.
Strategische gronden GEM A4 Zone West en De President (R41)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G5, K1, I)
Er moeten nog gronden in de gemeenschappelijke exploitatiemaatschappijen (GEM's) worden ingebracht. Een risico is dat deze gronden niet ingebracht kunnen worden, als de GEM’s niet succesvol zijn. De gemeente heeft gezamenlijk met en voor rekening van partijen in de A4 Zone West grond verworven en voor eigen rekening grond verworven voor de ontwikkeling van de President 2.0. Als de gronden niet ingebracht kunnen worden, bestaat het risico dat de gronden afgewaardeerd moeten worden of dat een alternatieve ontwikkeling gevonden moet worden.
Beheersmaatregel: verminderen
In de grondexploitatie van de GEM A4 Zone West C.V. wordt rekening gehouden met de inbreng van de waarde van de gronden, welke gemeente Haarlemmermeer op haar balans heeft staan. Voor de gronden President 2.0 is er een algemene afspraak om deze gronden op gelijke wijze als de President 1.2 te ontwikkelen. Vanwege regionale afspraken kunnen deze laatst genoemde gronden pas na 2030 worden ontwikkeld. Er wordt onderzocht of de gronden voor de A4 Zone West mogelijk eerder kunnen worden ingebracht in de GEM A4 Zone West C.V., waardoor het risico van niet-inbrengen zich niet/in mindere mate voordoet. Met betrekking tot de inbreng gronden President 2.0 is het risico afgenomen doordat een aanzienlijk gedeelte van het terrein door de gemeente wordt ontwikkeld voor woningbouw. Het nog in te brengen deel beslaat circa 25% van de oorspronkelijke kavel.
Grootschalige investeringsprojecten (R90)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G4, K2, I)
Dit zijn de projecten die zijn opgenomen in het Investeringsplan. Het risico bestaat onder andere uit mogelijke kredietoverschrijdingen bij de realisatie als gevolg van nieuwe (bouw)eisen, vertraging, wegvallen van subsidies of andere onvoorziene omstandigheden.
Beheersmaatregel: Divers, afhankelijk van het investeringsproject
In 2016 is het Meerjarenperspectief Investeringen (MPI) ingevoerd. Hierin zijn alle investeringsprojecten opgenomen. Grote investeringen (van € 2,0 miljoen en hoger) worden nader toegelicht met aandacht voor actualiteiten, risico’s, faseringen en over- en onderschrijdingen. Het MPI is verankerd in de nieuwe financiële verordening, waarin ook de regels omtrent investeringen zijn vernieuwd. Hiermee wordt de kwaliteit van de control verder aangescherpt. De beheersing van risico's zal daardoor ook verder verbeteren en de kans op afwijkingen naar alle waarschijnlijkheid verminderen.
Gemeentelijke kosten A4 Zone West (R201)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G4, K1, I)
Momenteel staat circa € 1,4 miljoen aan gemeentelijke kosten op de balans die zijn gemaakt in relatie tot de A4 Zone West (inmiddels STP: Schiphol Trade Park). Hiervan is de bedoeling dat we deze dekken uit het te behalen resultaat op de grondexploitatie van STP (uitgevoerd door de GEM A4 Zone West). Momenteel is het verwachte resultaat positief. Gezien het resultaat is het onzeker of het volledig dekken van deze kosten daadwerkelijk mogelijk zal zijn.
Beheersmaatregel: Verminderen
Wij treden regelmatig in overleg met de GEM A4 Zone West en denken mee over mogelijkheden om het resultaat van STP te verbeteren. De gemeente gaat de grondverkopen in de A4 Zone West nauwgezet volgen. Indien deze de komende tijd van een voldoende niveau zijn, is er geen reden tot verdere maatregelen. Vallen de verkopen tegen, dan geeft dit aanleiding de huidige omvang van de kosten eventueel te herzien.
Vervallen risico's
BTW Binnensport (R193)
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen (G4, K3, I&S)
De Belastingdienst heeft ingestemd met de voorgestelde fiscale kwalificatie ten aanzien van de binnensportaccomodaties. Daarmee komt dit risico te vervallen.
Nieuwe risico's
Er zijn geen nieuwe risico's boven de rapportagegrens.
Gewijzigde risico's
Inroepen garantie Stallingsbedrijf Glastuinbouw (R237)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G4, K4, I)
In het jaar 2005/2006 heeft de gemeente afspraken gemaakt met het Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland (SGN) in verband met de voorbereiding van de ontwikkeling van de glastuinbouw in Rijsenhout. In 2013 is besloten tot het afgeven van een garantie voor een kredietfaciliteit (in de vorm van een borgtocht) die SGN is aangegaan met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De kredietfaciliteit was in eerste instantie € 20 miljoen en is daarna verlaagd naar maximaal € 15 miljoen.
De kredietfaciliteit tussen BNG en SGN is afgelopen per 31 december 2018. Helaas is het niet mogelijk gebleken dat SGN per bovengenoemde datum het opgenomen krediet kon aflossen aan de BNG, gezien de liquiditeit van SGN. Er is verlenging van de kredietfaciliteit overeengekomen tot 31 december 2019 (en daarmee de garantstelling). Nu voor een maximaal bedrag van € 13,5 miljoen. Daarbij is afgesproken dat de gemeente in uiterlijk vier jaar wil afbouwen tot nul euro. Medio 2019 is er € 12,8 miljoen opgenomen van de kredietfaciliteit.
Voor de borgtocht heeft de gemeente zekerheden gekregen van SGN in de vorm van (hypothecaire rechten op) gronden en pandrecht op vorderingen. De gronden zijn dit jaar wederom getaxeerd, waarbij de marktwaarde nu is bepaald op € 12 miljoen, lager dan de huidige garantstelling. Deze garantstelling is niet risicoloos. Indien de gemeente de garantie na 31 december 2019 niet wenst te verlengen, lopen wij een reëel risico dat er een beroep wordt gedaan op onze borgtocht aan de BNG van maximaal € 13,5 miljoen. De zekerheden die de gemeente heeft verkregen, vertegenwoordigen, in geval van gedwongen verkoop van de gronden, mogelijk niet voldoende waarde om deze borgtochtverplichting volledig te dekken.
In augustus 2019 heeft SGN kenbaar gemaakt liquiditeitsproblemen te voorzien in het laatste kwartaal, dit in tegenstelling tot eerder prognoses. De komende maanden bespreken de gemeente en SGN of en op welke manier de activiteiten van SGN in de periode 2020-2022 volledig kunnen worden afgerond. Er is een reële kans dat wij door de BNG worden aangesproken op onze garantie. Of onze zekerheden dan voldoende zijn moet dan blijken en hangt af van vele, waaronder juridische, factoren. Hierdoor is het niet exact aan te geven welk financieel risico wij lopen, maar voorzichtigheidshalve menen wij rekening te moeten houden met een tekort (als gevolg van mogelijke juridische kwesties en lagere opbrengsten bij gedwongen verkoop etc.). Bij toekomstige P&C-producten wordt over de actuele stand van zaken gerapporteerd.
Beheersmaatregel: verminderen
Er worden periodiek overleggen met de directie van SGN gevoerd. Tussentijds ontvangen wij cijfers over de actuele stand van zaken.
Badhoevedorp Zuid (R251 t/m R256)
Ruimtelijke ontwikkelingen (G, K, I)
De gemeente wordt verweten onrechtmatig gehandeld te hebben omdat de gemeente zich niet of onvoldoende zou hebben ingespannen mee te werken aan ontwikkelingsmogelijkheden in Badhoevedorp Zuid. Er is een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, hiertegen is de gemeente Haarlemmermeer in hoger beroep gegaan. Tegelijkertijd loopt er een schadestaat procedure waarbij de tegenpartij de schade heeft opgemaakt. Als reactie daarop heeft de gemeente uitgebreid onderzoek laten doen met gespecialiseerde bureaus. De resultaten daarvan zijn meegenomen in de geactualiseerde risicoanalyse die Naris medio 2019 met de gemeente heeft uitgevoerd. Op basis daarvan is de conclusie dat, naar de stand van zaken van deze procedures per juni 2019, geen voorziening nodig is. De risicoanalyse is onderdeel van de berekening die gemaakt wordt ten behoeve van het weerstandsvermogen. De gemeente heeft vertrouwen in een gunstige afwikkeling van de lopende procedures voor de gemeente Haarlemmermeer.
Beheersmaatregel: verminderen
De geactualiseerde risicoanalyse is verwerkt in de integrale berekening die gemaakt wordt ten behoeve van het weerstandsvermogen.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit, een indicatie voor de mogelijkheden om toekomstige niet begrote financiële tegenvallers op te vangen, kan worden gezien als een noodzakelijke buffer om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Een dergelijke buffer ligt deels in de sfeer van de exploitatie (de begroting van baten en lasten) en deels in de vermogenssfeer (reserves). Hieronder geven we een inschatting van deze capaciteit.
Weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer
Posten in de exploitatiesfeer dragen bij aan de structurele weerstandscapaciteit, omdat zij na aanwending meerdere jaren een positief effect hebben. In de sfeer van de exploitatie zijn de volgende aspecten van belang voor de weerstandscapaciteit:
- raming voor onvoorzien en een eventueel positief begrotingssaldo in het lopende jaar
- onbenutte belastingcapaciteit
- eventuele stelposten waarvoor nog geen verplichting is aangegaan
- te inventariseren mogelijke ombuigingen/heroverwegingen
Achtereenvolgens lichten wij deze aspecten toe.
1. Raming onvoorzien en eventueel positief begrotingssaldo
Jaarlijks nemen we in de begroting een budget voor het opvangen van incidentele onvoorziene lasten op. Dit budget is vastgesteld op € 35.000. In de nota Risicomanagement 2017 is uitgelegd dat het positieve resultaat van de begroting automatisch bijdraagt aan de incidentele weerstandscapaciteit.
2. Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Bij de gemeente Haarlemmermeer zit deze ruimte in de belastingen en met name in de onroerendezaakbelastingen (OZB). De raad is vrij de belastingtarieven te verhogen. Om te beoordelen of er onbenutte belastingcapaciteit is, werd tot en met 2019 uitgegaan van de door het Rijk gepubliceerde macronorm. Deze norm is met ingang van 2020 vervallen en kan daarmee niet meer gebruikt worden. Een andere veel gebruikte werkwijze bij gemeenten is uit te gaan van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12-norm is 0,18530%. Het gemiddelde OZB-tarief van Haarlemmermeer is 0,18623% en daarmee hoger dan de artikel 12-norm. Op basis hiervan wordt geen rekening gehouden met een onbenutte belastingcapaciteit.
3. Stelposten waarvoor nog geen verplichting is aangegaan
In de begroting 2020 zijn geen stelposten opgenomen waarvoor nog geen verplichting is aangegaan.
4. Te inventariseren mogelijke bezuinigingen/heroverwegingen
Gezien de nog in te vullen ombuigingen voor de jaren 2021 tot en met 2023, wordt bij de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met mogelijk verdere bezuinigingen.
Tabel 214
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | Structureel | Incidenteel |
---|---|---|
Raming voor onvoorzien | - | 35 |
Onbenutte belastingcapaciteit | - | - |
Stelposten waarvoor geen verplichting is aangegaan | - | - |
Mogelijke bezuinigingen | - | - |
Totaal | 0 | 35 |
Weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer
Bij de posten in de vermogenssfeer is sprake van incidentele weerstandscapaciteit. Dit houdt in dat ze eenmalig kunnen worden aangewend en alleen in het jaar van aanwending een positief resultaat opleveren. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer bestaat uit de algemene reserves en de stille reserves. Beide onderdelen worden hierna toegelicht.
Algemene reserves
Algemene reserves zijn reserves waarvoor geen specifieke bestemming is bepaald en die daarom vrij kunnen worden ingezet voor het afdekken van risico’s en dergelijke; dit in tegenstelling tot bestemmingsreserves waaraan wel een specifieke bestemming is gegeven en waar dus niet vrij over kan worden beschikt. De reserves hebben een inkomensfunctie en kunnen worden ingezet als eigen financieringsmiddel. De rente die hierdoor wordt bespaard, wordt structureel ingezet als dekkingsmiddel voor de begroting. Dit betekent dat inzet van de reserves structurele negatieve consequenties heeft. De algemene reserves bestaan uit twee onderdelen, namelijk de Algemene dekkingsreserve en de algemene reserve Grondzaken. De aard van deze reserves lichten we hierna nader toe.
Op basis van de notitie Risicomanagement wordt de Algemene reserve ruimtelijke investeringen Haarlemmermeer (RIH) niet meer meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.
Tabel 215
Omschrijving | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
---|---|---|---|---|---|
Algemene dekkingsreserve | 199.064 | 204.428 | 209.274 | 209.283 | 209.053 |
Algemene reserve grondzaken | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 |
Totaal | 204.064 | 209.428 | 214.274 | 214.283 | 214.053 |
Algemene dekkingsreserve
De Algemene dekkingsreserve is gevormd door het doteren van diverse uitkeringen en overschotten. De reserve is een buffer voor het opvangen van tegenvallers en het afdekken van risico's. Daarmee is expliciet duidelijk gemaakt dat deze reserve wordt meegerekend tot de weerstandscapaciteit.
Algemene reserve Grondzaken
De Algemene reserve Grondzaken is een risicobuffer voor positieve en negatieve resultaten van grondexploitaties. Afhankelijk van de resultaten vindt respectievelijk een dotatie aan (bij positief resultaat) dan wel een onttrekking uit (bij negatief resultaat) de Algemene reserve Grondzaken plaats. Op grond van regels met betrekking tot de minimale en maximale stand van de Algemene reserve Grondzaken kan er aanvulling dan wel afroming van de reserve plaatsvinden. Een aanvulling wordt onttrokken uit de Algemene dekkingsreserve, een afroming wordt gedoteerd aan de Algemene dekkingsreserve. Omdat de Algemene reserve Grondzaken specifiek is bedoeld voor het opvangen van risico’s met betrekking tot grondexploitaties en omdat deze risico’s worden meegenomen in de totale risicoanalyse wordt de stand van deze reserve ook meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit.
Stille reserves
Stille reserves zijn bezittingen van de gemeente die momenteel op de balans lager zijn gewaardeerd dan hun huidige marktwaarde. Dit betekent dat verkoop van deze bezittingen een eenmalig financieel voordeel voor de gemeente kan opleveren. Voorwaarde hiervoor is wel dat de verkoop op korte termijn tegen die marktwaarde kan geschieden en dat de verkoop de bedrijfsvoering van de gemeente niet beperkt. Aangezien wij in de programmabegroting al rekening houden met een jaarlijkse opbrengst uit verkoop van vastgoed dat niet tot de kern-portefeuille behoort, houden wij geen rekening met een bijdrage aan het weerstandsvermogen uit verkoop van activa.
Weerstandscapaciteit geconsolideerd
Een overzicht van de totale weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) levert het volgende beeld op:
Tabel 216
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | Structureel | Incidenteel |
---|---|---|
Weerstandscapaciteit exploitatie: | ||
Raming voor onvoorzien | - | 35 |
Onbenutte belastingcapaciteit | - | - |
Stelposten zonder aangegane verplichting | - | - |
Mogelijke bezuinigingen / heroverwegingen | - | - |
Weerstandscapaciteit vermogen | - | - |
Algemene (vrij besteedbare) reserves (stand 2020) | - | 209.428 |
Stille reserves | - | - |
Totale weerstandscapaciteit | 0 | 209.463 |
Ratio weerstandsvermogen
Om inzicht te krijgen in hoeverre de beschikbare weerstandscapaciteit in staat is om zich voor doende risico’s op te vangen, wordt de ratio weerstandsvermogen bepaald. Hiervoor hanteren wij een risicosimulatie waarin aan de risico’s een bedrag en een kanspercentage wordt gekoppeld. Bij de simulatie wordt een zekerheidsniveau van 90% gehanteerd. Dit betekent dat het totaalbedrag dat uit de simulatie volgt in 90% van de gevallen voldoende zal zijn om alle daadwerkelijk uitgekomen risico’s te dekken. Hiermee is vervolgens de ratio van het weerstandsvermogen te berekenen.

Figuur 13
Voor deze ratio hanteren wij een streefwaarde van minimaal 1,4 (“Voldoende”). De risico’s die zijn meegenomen in de analyse, zijn hiervoor in deze paragraaf beschreven.
Structurele risico’s en weerstandscapaciteit
Omdat bij het berekenen van de ratio weerstandsvermogen zowel de weerstandscapaciteit als het risicobedrag bij wijze van momentopname als één bedrag wordt uitgedrukt, moeten de structurele componenten geconverteerd worden naar een eenmalig bedrag. Hiervoor hanteren wij, conform de werkwijze van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (Naris) een factor van 2,5. Dit wil zeggen dat de structurele posten voor 2,5 maal hun waarde meetellen.
Uitkomst risicoanalyse
Uit de analyse, uitgevoerd op 21 augustus 2019, volgt dat de totale financiële impact van alle risico’s tezamen bij een zekerheidsniveau van 90% uitkomt op € 51 miljoen. Vergeleken met een totale weerstandscapaciteit van € 209 miljoen komen we op een ratio weerstandsvermogen van 4,1. Dit valt onder de classificatie ‘Uitstekend’ en betekent dat er op dit moment geen corrigerende actie vereist is.
Beoordelingstabel weerstandsvermogen
Tabel 217
Waardering | Ratio | Betekenis |
---|---|---|
A | >2 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2 | Ruim voldoende |
C | 1 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | <0,6 | Ruim onvoldoende |
Inzicht in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen
De ontwikkeling van het weerstandsvermogen over jaren zegt meer dan een eenmalige beoordeling. Sinds de Programmabegroting 2018-2021 is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen meerjarig weergegeven in het hoofdstuk Financiële hoofdlijnen.
Kengetallen financiële positie
Om tot een beter inzicht te komen van de financiële positie van de gemeente is in het BBV een standaard set van financiële kengetallen voorgeschreven. De kengetallen geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht over de financiële positie van de gemeente.
Tabel 218
Kengetallen | Werkelijk 2018 | Begroting 2019 | Begroting 2020 | Begroting 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 |
---|---|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 90,4% | 110,2% | 133,7% | 143,4% | 132,2% | 133,6% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 81,3% | 101,0% | 124,2% | 133,7% | 122,8% | 123,9% |
Solvabiliteitsratio | 36% | 32% | 30% | 29% | 30% | 30% |
Grondexploitatie | 22% | 24,4% | 29,8% | 29,7% | 23,8% | 24,7% |
Structurele exploitatieruimte | 5,0% | 1,7% | 1,4% | -0,04% | -1,5% | -1,2% |
Belastingcapaciteit | 99,2% | 101,8% | 100,1% | 103,1% | 103,5% | 103,8% |
Netto schuldquote en Solvabiliteitsratio
Om het door de raad vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren moeten financieringsmiddelen worden aangetrokken. Hierdoor stijgt de schuldpositie van de gemeente de komende jaren, wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen en het solvabiliteitsratio. Gezien de ontwikkeling van de schuldpositie zijn er voorstellen gedaan om de schuldontwikkeling te beheersen. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf Financiering waar ingegaan wordt op het onderwerp schuldbeheersing en de indicatoren, inclusief normering, die de schuld gaan monitoren. De netto schuldquote is één van deze indicatoren.
Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie drukt de geactiveerde waarde van de in exploitatie genomen bouwgronden uit in een percentage van het totaal van de geraamde lasten van de begroting. De waarde van de gronden wordt in het (t)MPG goed onderbouwd en is daarom reëel. De verkoop van de gronden zal bijdrage aan het verbeteren van de schuldratio en het solvabiliteitsratio.
Voor dit kengetal is geen norm vastgesteld. Dit is niet noodzakelijk gezien de onderbouwing in het (t)MPG.
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt in de structurele en de incidentele baten en lasten. In het begrotingsjaar 2020 is het percentage positief, dat betekent dat er lagere structurele lasten dan baten zijn. In de jaren 2021, 2022 en 2023 is echter sprake van een negatief percentage. Dit is te verklaren door het geprognosticeerde tekort oplopend tot structureel € 5,3 miljoen in 2023. Gestart is met het zoekproces naar concrete voorstellen voor een gezond, toekomstbestendig meerjarenperspectief.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft aan hoe de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Hierbij worden de jaren 2020 tot en met 2023 vergeleken met het landelijk gemiddelde van 2019. Uit het kengetal blijkt dat Haarlemmermeer iets boven het landelijk gemiddelde (gesteld op 100%) zit. Voor de bepaling van de belastingdruk is het landelijk gemiddelde niet maatgevend. Haarlemmermeer heeft zijn eigen beleid vastgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.