Ontwikkeling indicatoren

De drie kernindicatoren laten de volgende ontwikkeling zien ten opzichte van de Voorjaarsrapportage 2026:

Netto schuldquote

P&C-Product

Rekening 2025

raming 2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

raming 2030

Programmabegroting 2027- 2030

63%

69%

79%

94%

100%

105%

Voorjaarsrapportage 2026 (juni 2026)

63%

80%

97%

107%

113%

114%

Lasten schuldpositie

P&C-Product

Rekening 2025

raming 2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

raming 2030

Programmabegroting 2027- 2030

5,4%

5,3%

6,0%

7,9%

7,7%

8,5%

Voorjaarsrapportage 2026 (juni 2026)

5,4%

5,8%

7,1%

9,2%

8,8%

9,5%

Solvabiliteit

P&C-Product

Rekening 2025

raming 2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

raming 2030

Programmabegroting 2027 - 2030

38,5%

35,3%

33,1%

31,5%

31,4%

31,2%

Voorjaarsrapportage 2026 (juni 2026)

38,5%

30,8%

28,5%

27,2%

26,3%

26,5%

Toelichting

Bij de berekening van de indicatoren is er van uitgegaan dat van het investeringsplan 63% van de voor een jaar geraamde investeringsbedragen gerealiseerd worden. Ten opzichte van de Voorjaarsrapportage 2026 wordt de daling van de Netto schuldquote door drie zaken beïnvloed. Als eerste zijn de uitbreidings- en vervangingsinvestingen uit de Voorjaarsrapportage 2026 aan het investeringsplan toegevoegd. Het betreffen onder andere de actualisatie van het IHP onderwijs (€ 36 miljoen), het toevoegen van de jaarschijf 2030 en actualiseren van de overige jaarschijven van de VOR (€ 38 miljoen) en Programma riolering en stedelijk water (PSRW) 2027 tot en met 2030 (€ 18 miljoen). Zie voor een toelichting paragraaf 3.8 van de Voorjaarsrapportage 2026. Dit zou per saldo tot een stijging hebben geleid. We zien in dit geval een daling. Hierbij spelen zowel deler- als noemereffecten een rol. Het delereffect wordt met name veroorzaakt door de actualisatie van de reserves en voorzieningen. De omvang van de reserves Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH) en Schaalsprong is toegenomen ten opzichte van de ramingen waar eerder mee werd gerekend. Ook nam de omvang van de Algemene dekkingsreserve bij de Jaarstukken 2025 toe in plaats van de af, en werd de reserve Realisatiestimulans woningbouw toegevoegd. Als de uitgaven ten laste van deze reserves in de toekomst toenemen, leidt dit tot een stijging van de schuldpositie. Het noemereffect zit in de totale baten voor mutaties reserves. Deze zijn hoger dan waar bij de Voorjaarsrapportage 2026 mee is gerekend. Dit wordt in 2027 veroorzaakt door het toevoegen van incidentele baten (en lasten) voor opvang van de ontheemden uit Oekraïne. Daarnaast zijn de gewijzigde baten MPG2026 verwerkt en zijn er hogere baten in de Programmabegroting 2027-2030 opgenomen als gevolg van de wijziging van de loon-prijsindex uit het coalitieakkoord, die meer in lijn is met de uitgaven die de gemeente doet.

De indicator Lasten schuldpositie wordt ten opzichte Voorjaarsrapportage 2026 vrijwel alleen beïnvloed door de de hogere baten zoals hierboven benoemd. De indicator staat in het gehele meerjarenbeeld nog ruim op groen. Zoals toegelicht bij het risico 'Rentestijging' (R331) ontwikkelt de inflatie in Europa zich rondom de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Het huidige geopolitieke klimaat, met onder andere de opgeworpen handelsbarrièrers vanuit de Verenigde Staten, de oorlog in het Midden-Oosten en de stijgende defensie-uitgaven, leiden tot onzekerheden bij de inschattingen van de renteontwikkeling. De kans is aanwezig dat de rente toch weer gaat stijgen en de rentelasten in het meerjarenbeeld toenemen. Dit zal dan op termijn tot uitdrukking komen in in deze ratio.

Voor zowel de ratio's Netto schuldquote en Lasten schuldpositie is het totaal van de geraamde baten, exclusief reservemutaties in een begrotingsjaar van belang. Uit het overzicht baten en lasten blijkt dat dit totaal fluctueert, maar vanaf 2028 een sterke daling vertoont. Dit wordt deels veroorzaakt door het effect van de baten en lasten voor de opvang Oekraïense ontheemden. De baten en lasten zijn tot en met 2027 geraamd. De kosten worden vergoed door het Rijk middels een specifieke uitkering hiervoor. Vanwege de onvoorspelbaarheid zijn de baten en lasten niet geraamd voor 2028 en verder. Vanaf dat jaar ontstaat daardoor een daling in de baten. In 2028 komt daar de korting op het gemeentefonds bij. Door dit noemereffect maken de ratio's Netto schuldquote en Lasten schuldpositie vanaf 2028 een sprong omhoog in het meerjarenbeeld. Omdat in het meerjarenbeeld geen rekening wordt gehouden met indexatie als gevolg van inflatie, zal het totaal van de baten vanaf 2028 nog wel enigzins stijgen als gevolg van autonome ontwikkelingen. Dit temporiseert de stijging in deze ratio's.

De solvabiliteit neemt in alle jaarschijven van het meerjarenbeeld toe ten opzichte van de Voorjaarsrapportage 2026. Dit wordt met name veroorzaakt door de eerder genoemde actualisatie van de omvang van reserves en voorzieningen. Met een groter aandeel eigen vermogen in de totale passiva valt de gehele reeks hoger uit. Vanaf 2026 zet zich een daling in. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door de geplande ontrrekkingen aan de Algemene dekkingsreserve voor het sluitend maken van het meerjarenbeeld. De voornaamste oorzaak betreft echter de groei van de materiele activa als gevolg van de geplande investeringen. De omvang van de totale activa neemt toe, waardoor het eigen vermogen in aandeel van het balanstotaal afneemt.

Conclusie

De schuldpositie van de gemeente Haarlemmermeer blijft hoog ten opzichte van andere gemeenten. Omdat Haarlemmermeer een groeigemeente is, zal dit nog lang het geval zijn. Het blijft noodzakelijk grote investeringen te doen. Enerzijds voor het in stand houden van voorzieningen, anderzijds voor nieuwe voorzieningen, onder andere infrastructuur en groen ten behoeve van de woningbouw. Om deze investeringen, die 20 tot 40 jaar meegaan, te kunnen doen, is het noodzakelijk langlopende geldleningen aan te trekken. Hierbij is steeds het uitgangspunt dat alleen de noodzakelijke investeringen gedaan worden. Het is aan de raad om te bepalen welke investeringen dit betreft.

De prognoses van de indicatoren laten voor 2027 twee groene en één oranje waarde zien. Bij geen van de indicatoren is een overschrijding van de grens naar rood in beeld. Wel zien we bij de netto schuldquote een ontwikkeling naar oranje. Er blijft echter voldoende ruimte om eventuele renteverhogingen van nieuw aan te trekken leningen en nieuwe investeringen in de toekomst te kunnen dragen. Dit blijkt met name uit de ruimte binnen de indicator lasten schuldpositie. De ratio solvabiliteit zal naar verwachting oranje blijven in de meerjarenperiode. Zoals in het onderdeel financiële hoofdlijnen kan worden teruggevonden valt het op dat Haarlemmermeer, ondanks dat deze op oranje staat, hiermee vergelijkbaar scoort als andere gemeenten in dezelfde categorie van inwoners. Deze waarden geven aan dat er nu geen aanleiding is om actie te ondernemen. Wel blijft waakzaamheid geboden, zeker gezien de onzekerheden in het meerjarenbeeld en de daling van de inkomsten uit het gemeentefonds in 2028.

Met de huidige renteprognoses en de uitstekende ratio weerstandsvermogen wordt het risico van de schuldpositie op dit moment als laag ingeschat. Op de indicatoren van de schuldpositie vindt een actieve monitoring plaats en bij financiële besluiten van € 25 miljoen en hoger wordt het effect op de schuldpositie meegenomen in de afweging.