Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit is een indicatie voor de mogelijkheden om toekomstige niet begrote financiële tegenvallers op te vangen en kan worden gezien als een noodzakelijke buffer om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Een dergelijke buffer ligt deels in de sfeer van de exploitatie (de begroting van baten en lasten) en deels in de vermogenssfeer (reserves). Hieronder geven we een inschatting van deze capaciteit.
Weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer
Posten in de exploitatiesfeer dragen bij aan de structurele weerstandscapaciteit, omdat zij na aanwending meerdere jaren een positief effect hebben. Er zijn vier aspecten in de exploitatiesfeer toepasbaar die we toelichten.
1. Raming onvoorzien en eventueel positief begrotingssaldo in het lopende jaar
Jaarlijks nemen we in de begroting een budget voor het opvangen van incidentele onvoorziene lasten op. Dit budget is vastgesteld op € 35.000. In de notitie Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2023 is uitgelegd dat het positieve resultaat van de begroting automatisch bijdraagt aan de incidentele weerstandscapaciteit.
2. Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Bij de gemeente Haarlemmermeer zit deze ruimte in de belastingen en met name in de onroerendezaakbelastingen (OZB). De raad is vrij de belastingtarieven te verhogen. Om te beoordelen of er onbenutte belastingcapaciteit is, maken wij gebruik van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12-norm is 0,1595%. Het gemiddelde OZB-tarief van Haarlemmermeer is 0,15763% en daarmee lager dan de artikel 12-norm. Dit resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit van € 1,291 miljoen.
3. Eventuele stelposten waarvoor nog geen verplichting is aangegaan
In de begroting 2027 zijn geen stelposten opgenomen waarvoor nog geen verplichting is aangegaan.
4. Te inventariseren mogelijke bezuinigingen/heroverwegingen
Omdat het meerjarenbeeld negatief is, tellen wij vanuit voorzichtigheidsoogpunt op dit moment geen bezuinigingsmaatregelen mee in de berekening van de weerstandscapaciteit.
Tabel 97 Weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | Structureel | Incidenteel |
|---|---|---|
Raming voor onvoorzien | - | 35 |
Onbenutte belastingcapaciteit | - | - |
Stelposten waarvoor geen verplichting is aangegaan | - | - |
Mogelijke bezuinigingen | - | - |
Totaal | 0 | 35 |
Weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer
Bij de posten in de vermogenssfeer is sprake van incidentele weerstandscapaciteit. Dit houdt in dat ze eenmalig kunnen worden aangewend en alleen in het jaar van aanwending een positief resultaat opleveren. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer bestaat uit de algemene reserves en de stille reserves. Beide onderdelen worden hierna toegelicht.
Algemene reserves
Algemene reserves zijn reserves waarvoor geen specifieke bestemming is bepaald en die daarom vrij kunnen worden ingezet voor het afdekken van risico’s en dergelijke; dit in tegenstelling tot bestemmingsreserves waaraan wel een specifieke bestemming is gegeven en waar dus niet vrij over kan worden beschikt. De reserves hebben een inkomensfunctie en kunnen worden ingezet als eigen financieringsmiddel. De rente die hierdoor wordt bespaard, wordt structureel ingezet als dekkingsmiddel voor de begroting. Dit betekent dat inzet van de reserves structurele negatieve consequenties heeft. De algemene reserves bestaan uit twee onderdelen, namelijk de Algemene dekkingsreserve en de Algemene reserve grondzaken. De aard van deze reserves lichten we hierna nader toe.
Tabel 98 Weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer
(bedragen × € 1.000) | Stand | Stand | Stand | Stand | Stand | Stand |
|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 31-12-2025 | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 |
Algemene dekkingsreserve | 206.733 | 260.415 | 268.314 | 277.861 | 283.301 | 287.464 |
Algemene reserve grondzaken | 5.000 | 3.610 | -1.265 | -7.750 | -13.590 | -19.999 |
Totaal reserves | 211.733 | 264.025 | 267.049 | 270.110 | 269.712 | 267.465 |
Algemene dekkingsreserve
De Algemene dekkingsreserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen. De Algemene dekkingsreserve kan worden ingezet als buffer voor incidentele financiële tegenvallers en onvoorziene risico's. Daarmee is expliciet duidelijk gemaakt dat deze reserve wordt meegerekend tot de weerstandscapaciteit.
Algemene reserve grondzaken
De Algemene reserve grondzaken is een risicobuffer voor negatieve resultaten van grondexploitaties. Bij eenpositief resultaat vindt een dotatie plaats, bij een negatief resultaat een onttrekking aan de Algemene reserve grondzaken. Op grond van regels met betrekking tot de minimale en maximale stand van de Algemene reserve grondzaken kan er aanvulling dan wel afroming van de reserve plaatsvinden. Een aanvulling wordt onttrokken uit de Algemene dekkingsreserve, een afroming wordt gedoteerd aan de Reserve Schaalsprong. Omdat de Algemene reserve grondzaken specifiek is bedoeld voor het opvangen van grondexploitatie risico's en omdat deze risico’s worden meegenomen in de totale risicoanalyse nemen we de stand van deze reserve ook mee bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.
Stille reserves
Stille reserves zijn bezittingen van de gemeente die op de balans lager zijn gewaardeerd dan hun huidige marktwaarde. Bij verkoop van deze bezittingen levert dit een eenmalig financieel voordeel voor de gemeente. Voorwaarden zijn dat de verkoop op korte termijn tegen die marktwaarde kan geschieden en dat de bedrijfsvoering van de gemeente niet wordt beperkt. In het raadsvoorstel 'beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan' (2021.0000253) is voor de verkoop van vastgoed dat niet tot de kern-portefeuille behoort over een termijn van tien jaar rekening gehouden met een netto verkoopresultaat van € 8 miljoen. Onder aftrek van de opbrengsten van het reeds verkochte vastgoed resteert een stille reserve van € 0,577 miljoen. Bij het raadsbesluit 'Routekaart duurzaamheid maatschappelijk vastgoed' (7963379) is besloten het te doteren percentage van de netto-verkoopopbrengsten aan de reserve Maatschappelijke voorzieningen te verhogen van 50% naar 100%.
Weerstandscapaciteit geconsolideerd
Een overzicht van de totale weerstandscapaciteit in Tabel 97 levert het volgende beeld op:
Tabel 99 Totale weerstandscapaciteit
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | Structureel | Incidenteel |
|---|---|---|
Weerstandscapaciteit exploitatie: | ||
Raming voor onvoorzien | - | 35 |
Onbenutte belastingcapaciteit | - | 1.291 |
Stelposten zonder aangegane verplichting | - | - |
Mogelijke bezuinigingen / heroverwegingen | - | - |
Weerstandscapaciteit vermogen | ||
Algemene (vrij besteedbare) reserves (stand 1 januari 2026) | - | 211.733 |
Stille reserves | - | 578 |
Totale weerstandscapaciteit | 0 | 213.637 |
Ratio weerstandsvermogen
We bepalen de ratio weerstandsvermogen om inzicht te krijgen in hoeverre de beschikbare weerstandscapaciteit in staat is om zich voordoende risico’s op te vangen.
Wij maken eerst een risicosimulatie door aan de risico’s een bedrag en een kanspercentage te koppelen. Bij de simulatie wordt een zekerheidsniveau van 90% gehanteerd. Wij willen dat het totaalbedrag dat uit de simulatie volgt in 90% van de gevallen voldoende zal zijn om alle daadwerkelijk uitgekomen risico’s te dekken. Hierna berekenen wij de ratio van het weerstandsvermogen door de totale weerstandscapaciteit te delen door de financiële impact risico's bij 90% zekerheid. In Tabel 97 is de waardering en classificatie van het weerstandsratio weergegeven.
Tabel 100 Beoordelingstabel weerstandsvermogen
Waardering | Ratio | Betekenis |
|---|---|---|
A | >2 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2 | Ruim voldoende |
C | 1 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | <0,6 | Ruim onvoldoende |
De streefwaarde van Haarlemmermeer voor dit raiot is door de raad vastgesteld op minimaal 1,4 (Voldoende). De risico’s die zijn meegenomen in de analyse, wordt hierna beschreven.
Structurele risico’s en weerstandscapaciteit
Voor een zuiver beeld drukken we zowel de weerstandscapaciteit als het risicobedrag uit in één bedrag. Hiertoe rekenen wij de structurele componenten om naar een eenmalig bedrag. Dit doen wij conform de werkwijze van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (Naris) door een factor van 2,5 te hanteren. De structurele posten tellen voor 2,5 maal hun waarde mee.
Uitkomst risicoanalyse
De totale financiële impact van alle risico’s uit de analyse, uitgevoerd op 30 juli 2026, komt uit op € 92,6 miljoen bij een zekerheidsniveau van 90%. Vergeleken met een totale weerstandscapaciteit van € 213 miljoen is het ratio weerstandsvermogen van 2,3 (eind 2025: 3,4). De ratio is verslechterd door het nieuwe risico Lagere grondopbrengsten door hogere betaalbaarheidseis woningbouw (R406). Dit risico wordt hierna verder toegelicht.
Ondanks de daling valt het ratio weerstandsvermogen onder de classificatie ‘Uitstekend’ dat betekent dat er op dit moment geen corrigerende actie vereist is.
Inzicht in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen
De ontwikkeling van het weerstandsvermogen over jaren zegt meer dan een eenmalige beoordeling. De ontwikkeling van het weerstandsvermogen meerjarig is weergegeven in het hoofdstuk Financiële weerbaarheid.
