Beleidsdoel E: Het energiesysteem in Haarlemmermeer is in 2050 CO2-neutraal

Wat willen wij bereiken?

We willen invulling geven aan de doelstellingen uit het nationale Klimaatakkoord op het gebied van energietransitie, met als uiteindelijk doel van bijna nul CO2-emissies in 2050. Doel voor 2030 is een reductie van broeikasgassen van 49%; het gemeentelijke uitgangspunt is een CO2 -reductie van 55% en - als er gelden vanuit het Rijk of Europa beschikbaar komen - kijken we of de ambities naar 60% verhoogd kunnen worden. Deze doelen vergen een stevige inzet op het verminderen van de energievraag en het opschalen van de productie van duurzame energie in de gemeente. Tegelijkertijd zetten we in op klimaatadaptatie om de gevolgen van de opwarming op te vangen.

Wat gaan wij daarvoor doen?

Vaste activiteiten

activiteit

toelichting

taakveld

Grootschalige opwek

Doel voor 2050 is dat alle warmte, elektriciteit en brandstof die dan in Haarlemmermeer wordt gebruikt, afkomstig is uit duurzame bronnen. De grootschalige opwek realiseren we in het Zonnecarré en in het zoekgebied voor windenergie, waarbij we lokaal eigendom stimuleren.

7.4

Energiesysteem

We zorgen ervoor dat de energietransitie, woningbouw, mobiliteit en het vestigingsklimaat zo min mogelijk worden gehinderd door het gebrek aan netcapaciteit.

7.4

Energie besparen

Dit richt zich op de gebruikerskant van het energiesysteem, waarbij het doel is om in 2050 het finaal energiegebruik te halveren ten opzichte van 2016 met behoud van de economische ontwikkeling en de resterende energievraag zonder aardgas in te vullen.

7.4

Warmtetransitie

Aan de warmtetransitie wordt kaderstellend invulling gegeven door het Warmteprogramma. Het Warmteprogramma beschrijft de onze plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende tien jaar.

7.4

Betrokkenheid (iedereen doet mee)

Het proces van verandering moet met betrokkenen worden doorlopen, zodat de transitie van iedereen wordt, betrokkenheid borgen we in alle projecten/onderwerpen.

7.4

Activiteiten in 2027

activiteit

onderwerp

toelichting

Grootschalig en kleinschalig zon op objecten

Resultaat

We streven tot 2030 naar 225 megawatt (MW) vermogen aan zonnepanelen op daken. Dit is onderverdeeld in 60 MW op woningdaken, 130 MW op bedrijfsdaken en 15 MW boven parkeerplaatsen.

Inhoud

Het streven voor woningdaken is in 2024 al gehaald. Met de huidige trend lijkt het streven voor bedrijfsdaken ook gehaald te worden voor 2030. Projecten voor zonnepanelen boven parkeerplaatsen komen moeilijk van de grond. We richten ons op het stimuleren van zonnepanelen op (grote) bedrijfsdaken en boven parkeerplaatsen omdat deze nog achterblijven. We ontwikkelen een beleidskader om solar carports te faciliteren en daarnaast werken we een locatie voor een solar carport concreet uit. We blijven inzetten op lokaal eigendom, naast daken ook vooral bij grootschalig zon op land in het Zonnecarré. Het beleid hiervoor lokaal eigendom herijken we dit jaar.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) (taakveld 7.4).

Versnellen realisatie energie infrastructuur

Resultaat

Vertraging van netinfrastructuuruitbreidingen voorkomen. Anticiperen op nieuwe spelregels Autoriteit Consument en Markt

Inhoud

Het aantal energieinfrastructuurprojecten stijgt in hoog tempo, de ruimtelijke dilemma’s groeien. Een snelle realisatie is essentieel om maatschappelijke ontwikkelingen en op termijn bedrijven, te kunnen blijven aansluiten. We stellen een projectgroep in om netuitbreidingen en de vervangingsopgave van stations beter te faciliteren.

Voor het tijdig realiseren van aansluitingen voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woning- en scholenbouw heeft de gemeente met de introductie van het maatschappelijk prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt een belangrijke rol gekregen. We vergroten onze expertise op deze nieuwe rol en spannen ons in om zoveel mogelijk maatschappelijke projecten doorgang te laten vinden.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4) en maken waar mogelijk gebruik van de provinciale subsidieregeling Transformatorstations en tracés Noord-Holland.

Programmeren energiesysteem

Resultaat

Het energiesysteem van de toekomst uitwerken leidt tot inzichten en keuzes waarmee we het energiesysteem in het hier en nu kunnen optimaliseren.

Inhoud

We brengen het toekomstbeeld in beeld voor woningbouw, bedrijvigheid, industrie en energietransitie. Regionaal doen we dat via de provinciale energievisie, energiebeelden via het (provinciale) Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat ((p)MIEK). Lokaal doen we dat via het Energiesysteem Actieplan met Liander.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

Slimme energiesystemen

Resultaat

Implementeren van de uitvoeringsagenda's Energie Systeem Actie Plan (ESAP), (p)MIEK en de maatregelen uit het netcongestiemanagementonderzoek.

Inhoud

We faciliteren initiatieven die netcongestie verminderen. Zo wordt het batterijbeleid voor het buitengebied vastgesteld en verkennen we bedrijven die netcongestie kunnen verminderen of een bijdragen aan een energiecollectief kunnen faciliteren. We analyseren de mogelijkheden om met behulp van de grootste elektriciteitsgebruikers de netcongestie te verminderen.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

SPUKS isolatie en energiearmoede

Resultaat

Het doel voor 2030 is om geen woningen meer te hebben met energielabel E, F of G. Ook stellen we een soortenmanagementplan op. We helpen huishoudens met energiearmoede door middel van energiecoaching en het kosteloos aanbrengen van kleinschalige energiebesparende maatregelen.

Inhoud

We bieden inwoners een isolatiesubsidie aan voor het isoleren van de vloer, bodem, gevel/spouw, dak of ramen van hun woning. Daarnaast voeren we gemeentebreed ecologisch onderzoek uit ten behoeve van het soortenmanagementplan (SMP). Dit is een plan om gebouwbewonende diersoorten (zoals vleermuizen en vogels) te beschermen. Met het SMP kunnen we een gebiedsgerichte Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor onze gemeente aanvragen. Hierdoor hoeven inwoners niet zelf deze vergunning aan te vragen als ze willen na-isoleren. Zo kunnen we de isolatieopgave op termijn versnellen.

Financiën

Het SMP betalen we uit de SPUK Lokale Aanpak Isolatie (taakveld 8.3) en de benodigde capaciteit betalen we uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

Collectieve warmte

Resultaat

Een bronnenstrategie wordt opgesteld en een scenario voor een publiek warmtebedrijf.

Inhoud

Het gaat bij de bronnenstrategie om een beschrijving van binnen nu en vijf jaar toepasbare warmtebronnen, totale vraag en aanbod/volume per bron geschikt voor welke gebieden/wijken.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

Wijkaanpak

Resultaat

We streven naar jaarlijks zes tot tien nieuwe all-electric wijkaanpakgebieden.

Inhoud

In Zwanenburg onderzoeken we de technische en financiële haalbaarheid (kostenplaatje) door middel van een schetsontwerp en een business case. De organisatorische haalbaarheid wordt bepaald door het vastgestelde scenario voor het publieke warmtebedrijf (zie onderdeel Collectieve Warmte). De maatschappelijke haalbaarheid wordt bepaald aan de hand van het participatieproces met de inwoners en andere belanghebbenden.

In Rijsenhout zoeken we samen met het inwonersinitiatief naar de juiste route voor verduurzaming en wat ieders rol daarin is, nu een warmtenet in Rijsenhout Dorp niet meer haalbaar is. Voor de nieuwe aanpak wordt gekeken welke rol isolatie, warmtepompen en kleine collectieve oplossingen kunnen spelen, en hoe dat samengaat met het sociale proces met inwoners, Warm Rijsenhout en andere betrokkenen.

In Zwaanshoekgaan we met behulp van Tegenstroom, samen met een werkgroep aan de slag met een analyse van voorbeeldhuizen.

Na eiland 1 gaan we in Floriande verder op eiland 2 & 3 en later ook de andere eilanden. Door voortschrijdend inzicht zijn minder steekproeven door technisch experts in de huizen nodig en kunnen we meer focussen op uitrol en het overwinnen van financiële barrières.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

Rol van bedrijven

Resultaat

Bedrijven voldoen aan de wettelijke plichten: meldingsplicht en energiebesparingsplicht

Inhoud

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) toetst en handhaaft op deze wetgeving. Het Energieloket Bedrijven adviseert en stimuleert met betrekking tot te nemen maatregelen en goede voorbeelden.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE en het EnergieBesparingsAkkoord (taakveld 7.4).

Warmte-programma

Resultaat

Warmteprogramma vastgesteld voor de wettelijke termijn van eind 2027. Daarbij streven we ernaar het zo snel mogelijk in 2027 vast te stellen.

Inhoud

Alle gemeenten leggen uiterlijk eind 2027 (voorheen eind 2026) in een Warmteprogramma vast welke wijken, buurten en dorpskernen voor 2035 van het aardgas afgaan en hoe. Dit volgt uit de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) en een toelichtende brief vanuit de minister waarmee gemeenten een jaar extra tijd krijgen om een Warmteprogramma vast te stellen.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

Energieloket (bewoners en bedrijven)

Resultaat

Een gemeentelijk energieloket is een verplichting vanuit het Rijk en heeft tot taak om proactief duurzaam en natuurinclusief handelen in de gemeente te bevorderen.

Inhoud

Het Energieloket Haarlemmermeer biedt bewoners en bedrijven informatie over en advies en hulp bij uitvoering van energiebesparing en verdere verduurzaming, rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen van de verschillende gebieden en kernen binnen onze gemeente. Het Energieloket organiseert daarnaast bijeenkomsten en webinars voor bewoners en ondernemers over onder meer besparingsmaatregelen, energie opwekken, subsidies en duurzaamheidsleningen.

Financiën

We betalen deze activiteit uit de SPUK CDOKE (taakveld 7.4).

BBV indicatoren

Figuur 60

Indicatoren Haarlemmermeer

Figuur 61

Energieverbuik

Het energieverbruik geeft inzicht in de hoeveelheid energie die binnen de gemeente wordt gebruikt door huishoudens, bedrijven en instellingen. Het betreft het totale eindverbruik van energie, ongeacht de herkomst daarvan. De ontwikkeling van het energieverbruik is een belangrijke indicator voor de voortgang van de energietransitie en de klimaatdoelstellingen van de gemeente. Haarlemmermeer heeft als doel het energieverbruik ten opzichte van 2017 in 2026 met 10% en in 2050 met 50% te verminderen. Het energieverbruik wordt beïnvloed door factoren zoals bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en de aanwezigheid van energie-intensieve activiteiten, waaronder datacenters. Door de ontwikkeling van het energieverbruik in de tijd te volgen, ontstaat inzicht in de mate waarin de gemeente op koers ligt om haar doelstellingen te realiseren. De huidige ontwikkeling laat zien dat de doelstelling voor 2026 naar verwachting niet wordt gehaald. Dit komt met name door bevolkingsgroei, toenemende bedrijvigheid en het hoge energieverbruik van datacenters. Zonder datacenters is het energieverbruik licht gedaald.

CO₂-uitstoot

De energietransitie en het terugdringen van de CO₂-uitstoot zijn belangrijke doelen binnen het nationale en Europese klimaatbeleid. Op basis van de Europese Klimaatwet moet de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% zijn verminderd ten opzichte van 1990 en moet Europa in 2050 klimaatneutraal zijn. Wij hebben deze ambities overgenomen. Voor de monitoring wordt uitgegaan van 2017 als referentiejaar. De indicator geeft inzicht in de ontwikkeling van de CO₂-uitstoot binnen de gemeente en laat zien in hoeverre de gemeente op koers ligt om haar klimaatdoelstellingen te behalen. Tussen 2017 en 2024 is de CO₂-uitstoot afgenomen, mede doordat de energievoorziening in Nederland steeds duurzamer wordt. Tegelijkertijd blijft verdere reductie noodzakelijk om de gestelde klimaatdoelen te realiseren. De huidige ontwikkeling laat zien dat de doelstellingen naar verwachting niet worden gehaald. De CO₂-uitstoot daalt wel, maar onvoldoende snel. Het relatief hoge en toenemende energieverbruik van datacenters remt de afname; zonder datacenters ligt de gemeente beter op koers om de klimaatdoelstellingen te behalen.

Wat mag het kosten?

Tabel 45

(Bedragen × € 1.000)

JR2025

2026

2027

2028

2029

2030

Beleidsdoel E: Het energiesysteem in Haarlemmermeer is in 2050 CO2-neutraal.

Baten

3.873

8.643

5.227

1.230

32

32

Lasten

5.404

16.015

12.377

3.162

1.962

1.955

Saldo

-1.531

-7.372

-7.150

-1.932

-1.930

-1.923

Uitsplitsing baten en lasten naar taakveld

(Bedragen × € 1.000)

JR2025

2026

2027

2028

2029

2030

7.4 Milieubeheer

2.591

5.239

1.910

432

32

32

8.3 Wonen en bouwen

1.282

3.404

3.317

798

0

0

Baten

3.873

8.643

5.227

1.230

32

32

7.4 Milieubeheer

4.125

12.569

9.060

2.364

1.962

1.955

8.3 Wonen en bouwen

1.282

3.446

3.317

798

0

0

Lasten

5.406

16.015

12.377

3.162

1.962

1.955

Saldo van baten en lasten (B-L)

-1.534

-7.372

-7.150

-1.932

-1.930

-1.923

Toelichting op de verschillen ten opzichte van het voorgaande jaar

Verschillen ten opzichte van de gewijzigde begroting
(bedragen × € 1.000; min = nadeel )

2027

2028

2029

2030

Baten

1. Geothermie

-1.600

400

-400

-

2. Klimaatmiddelen Rijk (SPUK)

-1.174

-1.873

-

-

3. Lokale Aanpak Isolatie

553

-1.584

-798

-

4. Subsidies Provincies

-550

-

-

-

5. Soorten Managementplan

-465

-800

-

-

6. Energiearmoede

-174

-135

-

-

Overig

-6

-5

-0

-

Totaal Baten

-3.416

-3.997

-1.198

-

Lasten

1. Klimaatmiddelen Rijk

-

5.226

-

-

2. Geothermie

1.600

-400

400

-

3. Klimaatmiddelen Rijk (SPUK)

1.174

1.873

-

-

4. Lokale Aanpak Isolatie

-553

1.584

798

-

5. Subsidies Provincie

550

-

-

-

6. Soorten Managementplan

465

800

-

-

7. Energietransitie

382

-

-

-

8. Energiearmoede

174

135

-

-

Overig

-154

-3

2

7

Totaal Lasten

3.638

9.215

1.200

7

Baten

1.

Door de provincie Noord-Holland zijn incidenteel middelen toegekend voor een onderzoek naar geothermie. De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven (taakveld 7.4).

2.

Door het Rijk zijn incidenteel middelen toegekend vanuit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven (taakveld 7.4).

3.

Door het Rijk zijn incidenteel middelen toegekend vanuit de regeling Lokale Aanpak Isolatie. De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven (taakveld 8.3).

4.

Van de provincie Noord-Holland ontvangen wij middelen uit verschillende regelingen met betrekking tot de energietransitie. De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven. (taakveld 7.4).

5.

De lasten voor het opstellen van het soorten managementplan worden gedekt uit een subsidie van de provincie Noord-Holland en de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie. De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven (taakveld 8.3).

6.

Door het Rijk zijn incidenteel middelen toegekend vanuit de regeling Aanpak Energiearmoede. De middelen zijn gefaseerd begroot over de jaarschijven (taakveld 8.3).

Lasten

1.

Vanaf 2026 ontvangen wij de middelen Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) niet meer vanuit een specifieke uitkering. De CDOKE middelen ontvangen wij jaarlijks middels een decentrale uitkering. Deze hebben wij tot en met 2027 toegekend gekregen (taakveld 7.4).

2.

Zie voor een toelichting op de lagere en hogere lasten Geothermie de toelichting opgenomen bij de baten.

3.

Zie voor een toelichting op de lagere lasten Klimaatmiddelen Rijk (SPUK) de toelichting opgenomen bij de baten.

4.

Zie voor een toelichting op de hogere en lagere lasten Lokale Aanpak Isolatie de toelichting opgenomen bij de baten.

5.

Zie voor een toelichting op de lagere lasten Subsidies Provincie de toelichting opgenomen bij de baten.

6.

Zie voor een toelichting op de lagere lasten Soorten Managementplan de toelichting opgenomen bij de baten.

7.

Voor de energietransitie zijn incidenteel middelen toegekend (taakveld 8.3).

8.

Zie voor een toelichting op de lagere lasten Energiearmoede de toelichting opgenomen bij de baten.

Beïnvloedbaarheid lasten uitgedrukt in %

Figuur 62

Toelichting

Beïnvloedbaar

De beïnvloedbare lasten bestaan hoofdzakelijk uit de uitgaven vanuit regeling Capaciteit decentrale overheden voor Klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Vanaf 2026 worden de middelen verstrekt vanuit een decentrale uitkering in plaats van een specifieke uitkering. De lasten gedekt uit de decentrale uitkering vallen onder beïnvloedbare lasten.

Niet beïnvloedbaar

De niet-beïnvloedbare lasten zijn bijvoorbeeld kapitaallasten en subsidies vanuit een rijksbijdrage en de provincie Noord-Holland.

Ontwikkeling

Het deel niet beïnvloedbaar daalt in 2029 door de kosten Klimaatmiddelen Rijk zoals beschreven bij de verschillenanalyse. De beïnvloedbare lasten dalen vanaf 2028 omdat de decentrale uitkering CDOKE tot en met 2027 is toegekend. Relatief stijgt hierdoor het aandeel personeelskosten, nominaal (in bedragen) blijft dit aandeel ongewijzigd.