Grondbeleid
Portefeuillehouder: Van Straten |
|---|
Visie op grondbeleid
Haarlemmermeer ligt in een dynamische regio. Woongebieden en voorzieningen, kantorenlocaties en bedrijventerreinen, recreatie en de luchthaven Schiphol leggen grote ruimtelijke claims op het grondgebied van de gemeente. De vraag naar woningen en kantoor- en bedrijfsruimte is groot. Er zal veel worden (her)ontwikkeld de komende jaren. De kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep zullen steeds meer kenmerken van stedelijke gebied krijgen. In de kleinere kernen zal ook gebouwd worden, maar kleinschaliger om het dorpse karakter te behouden. Grondbeleid is een belangrijk middel om de ruimtelijke doelstellingen van de gemeente op het gebied van wonen, werken, energie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. De ruimtelijke doelstellingen voor Haarlemmermeer staan in de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036).
Daarnaast heeft de gemeente diverse beleidsnota’s, waarin voor een bepaald thema/sector de omgevingsvisie wordt uitgewerkt. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, verkeer en groen. In het omgevingsplan wordt het voorgenomen ruimtelijk beleid vastgelegd in voorschriften en regels. Hiermee wordt het omgevingsbeleid voor iedereen bindend. Het omgevingsplan bepaalt uiteindelijk wat wel en wat niet en onder welke voorwaarden ontwikkeld mag worden.
Het gemeentelijk grondbeleid is een belangrijk sturingsmiddel bij de uitvoering van de omgevingsvisie, beleidsnota’s en het omgevingsplan.
Situationeel grondbeleid is het uitgangspunt. Dit betekent dat afhankelijk van de situatie een bijpassende vorm van grondbeleid wordt gekozen. Onder situationeel grondbeleid zijn zowel actief, als faciliterend grondbeleid, als een tussenvorm mogelijk. Dit biedt de gemeente de ruimte om de vorm van het grondbeleid en de instrumenten die worden ingezet af te stemmen op de concrete situatie. De keuze van grondbeleid is afhankelijk van onder meer de gewenste mate van sturing om ruimtelijke doelstellingen te realiseren, de belangstelling van marktpartijen, de financiële ruimte van de gemeente, de bereidheid (financieel) risico te nemen, de verdeling van de eigendomsposities, enzovoort. Voor elke ontwikkeling wordt een afweging gemaakt om te bepalen welke ontwikkelstrategie en welke vorm van grondbeleid het meest geschikt is. Op die manier kunnen, afhankelijk van de concrete situatie, specifieke grondinstrumenten worden ingezet, samenwerkingen worden aangegaan en kan voor elke opgave maatwerk worden geleverd. Via een brede inzet van en keuze uit de beschikbare grondinstrumenten kan er een evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd.
