Algemene reserve grondzaken
De ARG is een risicobuffer voor resultaten van grondexploitaties en wordt waar nodig gebruikt om de Voorziening negatieve resultaten plannen, de Voorziening overige ruimtelijke projecten - voorbereidende grondexploitaties en de Voorziening overige ruimtelijke projecten - anterieure overeenkomsten aan te vullen. Afhankelijk van de resultaten vindt respectievelijk een dotatie aan (bij positief resultaat), dan wel een onttrekking uit (bij negatief resultaat) de ARG plaats. De ARG bedraagt minimaal € 0 en heeft een bovengrens van € 5 miljoen. De verordening Grondzaken 2024 beschrijft de werkwijze bij een stand van de ARG buiten de bandbreedte. Een aanvulling wordt onttrokken uit de ADR, een afroming voegen we toe aan de reserve Schaalsprong (volgens raadsbesluit reserve Schaalsprong (2020.0000409).
Ontwikkeling Algemene reserve grondzaken
Het beeld van de ARG (MPG standslijn 1 januari 2026) is als volgt:
Tabel 160 Algemene reserve grondzaken 1 januari 2026
Bedragen x € 1 miljoen | MPG 2026 |
|---|---|
Stand per 1 januari 2025 Algemene reserve Grondzaken | 0,5 |
1. Verevening grondzaken | 9,9 |
2. Overige besluiten | -0,3 |
3. Vennootschapsbelasting | 0,0 |
Algemene reserve grondzaken per 31 december | 10,2 |
Storting naar reserve Schaalsprong | -5,2 |
Algemene reserve grondzaken 1 januari 2026 | 5,0 |
Toelichting mutaties
1. Verevening grondzaken
De verevening grondzaken bestaat uit de volgende onderdelen: gerealiseerde winsten € 5,0 miljoen, afsluiten van drie grondexploitaties met een voordelig saldo van € 2,0 miljoen, afsluiten van overige ruimtelijke projecten met een nadelig saldo van € 0,4 miljoen, de mutatie in de voorziening negatieve resultaten gemeentelijke grondexploitaties € 1,3 miljoen en de mutatie verliesvoorziening strategische gronden € 2,0 miljoen.
2. Overige besluiten
De overige besluiten bestaan uit structurele besluiten en incidentele besluiten. Het totaal van de overige besluiten bedraagt circa € 0,3 miljoen. Dit betreffen kosten voor de ambtelijke inzet voor de totstandkoming van het (t)MPG, het toekennen van initiatievenbudget en de kunstbijdrage.
3. Vennootschapsbelasting
Sinds 1 januari 2016 zijn gemeenten onderworpen aan de vennootschapsbelasting (Vpb) voor hun ondernemingsactiviteiten. Voor de activiteiten van het grondbedrijf komt de te betalen vennootschapsbelasting ten laste van de ARG. Over 2024 is fiscaal net als in 2023 een negatief resultaat behaald. Een mutatie ten laste of gunste van de ARG is niet nodig.
Samenvattend
De stand van de ARG per 31 december 2025 bedraagt € 10,2 miljoen. Hiermee komt de stand van de ARG boven de vastgestelde grenzen van € 0 - € 5 miljoen. In de Jaarstukken 2025 is een afdracht aan de reserve Schaalsprong van € 5,2 miljoen verantwoord.
