Beleidsdoel B: Het sturen van afvalstromen naar maximaal hergebruik

Wat willen wij bereiken?

Wij werken toe naar ‘Nederland circulair in 2050’ door verdere stappen te zetten in het landelijke VANG-programma (Van Afval- naar Grondstofinzameling). Binnen dit programma is voor 2030 een recycledoelstelling van 60% vastgesteld. Zie hier een korte uitleg. Deze doelstelling hebben wij in 2025 met een scheidingspercentage van 63% al gehaald. Tegelijkertijd zien wij nog voldoende ruimte voor verbetering. In het restafval zitten nog veel herbruikbare grondstoffen. Ook bij het grofvuil zien wij mogelijkheden om hergebruik te stimuleren en afvalpreventie te bevorderen. Daarmee zetten wij verdere stappen op de R-ladder met meer hergebruik en afvalpreventie. Daarnaast streven wij ook naar schonere grondstofstromen voor Plastic, Blik en Drinkpakken (PBD) en Groente-, Fruit-, Tuinafval en Etensresten (GFTe).

Wat gaan wij daarvoor doen?

Vaste activiteiten

activiteit

toelichting

taakveld

Het verbeteren van het scheidingsper-centage van huishoudelijk afval en het verminderen van de hoeveelheid restafval

Wij zamelen alle huishoudelijke afvalstoffen in, waarop de Wet milieubeheer van toepassing is. Hierbij leggen wij de nadruk op een vermindering van de hoeveelheid restafval en een uitbreiding van de hoeveelheid ingezamelde, gesorteerde grondstoffen. In samenwerking met Meerlanden informeren en stimuleren wij inwoners om grondstoffen beter te scheiden, hergebruik te bevorderen en afval te voorkomen. In 2025 was het scheidingspercentage 63% en bedroeg de hoeveelheid fijn restafval 116 kg per inwoner. Met het huidige VANG-beleid streven wij naar een nagenoeg gelijkblijvend scheidingspercentage in 2027 en 112 kg fijn restafval per inwoner. Naar verwachting rollen wij het VANG beleid in 2027 ook uit in laagbouwwijken met verzamelcontainers. Het scheidingspercentage zal als gevolg daarvon oplopen en de hoeveelheid restafval per inwoner zal verder afnemen. In de paragraaf Lokale heffingen is een berekening van de kostendekkendheid van de afvalinzameling opgenomen.

7.3

Het bereiken van schone grondstof-stromen voor PBD en GFTe

Wij besteden extra aandacht aan het verbeteren van de kwaliteit van de ingezamelde grondstofstromen PBD en GFTe. Met name bij ondergrondse containers is de kwaliteit van deze stromen niet altijd voldoende voor hergebruik als grondstof. Bij rolemmers is met name de kwaliteit van PBD een aandachtspunt. Voor PBD lopen wij bij onvoldoende kwaliteit het risico op een lagere of geen vergoeding van Verpact. Daarom werken wij aan een gecombineerde aanpak om de kwaliteit van ingezameld PBD en GFTe te verbeteren. Op dit moment is ongeveer 50% van het ingezamelde PBD van voldoende kwaliteit. Betere resultaten zijn met name te verwachten na de verdere uitrol van VANG in laagbouwwijken met verzamelcontainers. Voor 2028 streven wij naar een grondstoffenkwaliteit van meer dan 75%. Het uiteindelijke doel is uit te komen in de hoogste vergoedingscategorie (minmale grondstofkwaliteit van 85%). Voor GFTe was het vervuilingspercentage in 2025 9%. Voor 2028 streven wij naar een vervuilingspercentage van 5%.

7.3

Het verminderen van bijgeplaatst afval bij verzamel-containers

Bij het beheersen van bijplaatsingen werken wij samen met Meerlanden aan maatregelen die moeten bijdragen aan het voorkomen en verminderen van bijgeplaatst afval bij verzamelcontainers. Daarbij passen wij gerichte communicatie toe voor een betere informatievoorziening. Op locaties waar bijplaatsingen vaker voorkomen treffen wij aanvullende maatregelen. Daarnaast blijven wij inzetten op toezicht en handhaving waar dat mogelijk en passend is. In 2025 heeft Meerlanden 22.351 bijplaatsingen verwijderd. Dit komt neer op 0,317 bijplaatsing per huishouden. Omgerekend betekent dit dat er ongeveer één bijplaatsing per drie huishoudens per jaar wordt verwijderd. Voor 2027 streven wij naar een daling van het aantal bijplaatsingen per huishouden, om in 2028 uit te komen op ongeveer één bijplaatsing per vier huishoudens per jaar.

7.3

Activiteiten in 2027

activiteit

onderwerp

toelichting

Beleid voor laagbouwwijken met verzamel-containers

Resultaat

Wij willen ook in laagbouwijken met verzamelconntainers meer grondstoffen inzamelen en minder restafval tegen lagere kosten voor inwoners.

Inhoud

Op basis van de evaluatie van VANG 2020 maken wij beleid voor laagbouwwijken met verzamelcontainers (VANG 2026). Naar verwachting wordt het nieuwe VANG-beleid in 2027 vastgesteld en start de uitvoering hiervan in 2028.

Financiën

We betalen dit uit de reguliere begroting ( taakveld 7.3).

BBV indicatoren

Figuur 71

Tabel 56

Omschrijving

Eenheid

Indicator

Bron

Metingen

Streefwaarde

2023

2024

2025

2027

2028

2029

2030

Omvang huishoudelijk restafval

Kg/ inwoner

BBV

Waarstaatjegemeente.nl

115

103

1161

112

100

97

95

  1. De verwerking van lachgascilinders heeft tot extra kosten en extra huishoudelijk restafval geleid. Daarnaast is vanaf 2025 gestart met het keuren van PBD. Afgekeurd PBD wordt als restafval verwerkt. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is hierdoor gestegen. (Bron meting 2025: Meerlanden)

Indicatoren Haarlemmermeer

Tabel 57

Omschrijving

Eenheid

Indicator

Bron

Metingen

Streefwaarde

2023

2024

2025

2027

2028

2029

2030

Scheidings-percentage

procent

Lokaal

Meerlanden

-

67%

63%

65%

70%

73%

75%

Schoon PBD

procent

Lokaal

Meerlanden

-

-

76%1

65%

75%

80%

85%

Vervuiling GFT

procent

Lokaal

Meerlanden

6%

8%

9%

9%

5%

5%

5%

Aantal bijplaatsingen per 100 huishoudens

stuks

Lokaal

Meerlanden

28

30

31,7

29

25

24

23

Aantal meldingen bijgeplaatst afval per 100 huishoudens

stuks

Lokaal

Filemaker/MOB

-

8,57

9,4

9

8,75

8,5

8,25

  1. Voor PBD is vanaf 2025 gestart met een nieuwe kwaliteitscontrole. Afgekeurd PBD wordt als restafval verwerkt. Vanaf 2026 verandert de wijze waarop de kwaliteit van PBD wordt gecontroleerd.

Wat mag het kosten?

Tabel 58

(Bedragen × € 1.000)

JR2025

2026

2027

2028

2029

2030

Beleidsdoel B: Het sturen van afvalstromen naar maximaal hergebruik.

Baten

28.709

29.858

33.803

33.803

33.803

33.803

Lasten

24.000

24.674

27.307

27.116

27.116

27.116

Saldo

4.709

5.184

6.496

6.687

6.687

6.687

Uitsplitsing baten en lasten naar taakveld

(Bedragen × € 1.000)

JR2025

2026

2027

2028

2029

2030

6.3 Inkomensregelingen

94

0

0

0

0

0

7.3 Afval

28.615

29.858

33.803

33.803

33.803

33.803

Baten

28.709

29.858

33.803

33.803

33.803

33.803

6.3 Inkomensregelingen

852

865

934

934

934

934

7.3 Afval

23.149

23.809

26.373

26.182

26.182

26.182

Lasten

24.000

24.674

27.307

27.116

27.116

27.116

Saldo van baten en lasten (B-L)

4.709

5.184

6.496

6.687

6.687

6.687

Toelichting op de verschillen ten opzichte van het voorgaande jaar

Verschillen ten opzichte van de gewijzigde begroting
(bedragen × € 1.000; min = nadeel )

2027

2028

2029

2030

Baten

1. Afvalstoffenheffing

4.265

-

-

-

2. Vergoeding verpakkingsafval Verpact

-320

-

-

-

Overig

-

-

-

-

Totaal Baten

3.945

-

-

-

Lasten

1. Afvalinzameling- en verwerking

-2.590

-

-

-

Overig

-43

191

-

-

Totaal Lasten

-2.633

191

-

-

Baten

1.

De opbrengst van de afvalstoffenheffing stijgt als gevolg van een verhoging van de tarieven met 12,8% om de kosten van afvalinzameling en -verwerking 100% kostendekkend te houden. Zie hiervoor de toelichting onder lasten (taakveld 7.3).

2.

Op basis van de huidige verwachtingen worden de inkomsten vanuit Verpact € 320.000 naar beneden bijgesteld (taakveld 7.3).

Lasten

1.

Voor 2027 wordt rekening gehouden met hogere kosten voor afvalinzameling en -verwerking. Dit komt door een aantal ontwikkelingen: de voorlopige indexatie van Meerlanden, de doorwerking van de herijking van de uniforme tarieven, de stijging van het aantal bijplaatsingen en areaaluitbreiding. Voor de dienstverlening van Meerlanden wordt voorlopig uitgegaan van een indexatie van 6% voor afvalinzameling en -verwerking. Dit leidt tot circa € 1,38 miljoen hogere lasten. Daarnaast werkt de herijking van de uniforme tarieven door in de te betalen bijdrage aan Meerlanden. In 2026 had deze herijking een financieel effect van circa € 515.000 en komt vooral door de grondstoffenhal in Rijsenhout en de gestegen financieringslasten. De grondstoffenhal is gerealiseerd naar aanleiding van het aandeelhoudersbesluit uit juni 2022. De financieringslasten zijn gestegen door investeringen in inzamelmiddelen en materieel en door een hoger rentepercentage als gevolg van gestegen marktrente.

Het aantal bijplaatsingen is fors gestegen. Een deel van deze stijging lijkt samen te hangen met sneeuwval en het tijdelijk niet kunnen inzamelen in het eerste kwartaal. Omdat het aantal bijplaatsingen volgens Meerlanden ook daarna hoger bleef dan in voorgaande jaren, wordt rekening gehouden met een structureel hoger kostenniveau van circa € 287.000.

Daarnaast nemen de kosten toe door areaaluitbreiding. Dit heeft onder andere betrekking op extra ondergrondse en bovengrondse verzamel-/wijkcontainers, extra ledigingen, meer meldingen voor grof huishoudelijk afval en de verwerking van extra afvalstromen op de milieustraat. Hiervoor wordt rekening gehouden met een structureel effect van circa € 232.000.

Jaarlijks wordt een deel van het ingezamelde GFT afgekeurd en verwerkt als restafval. Hiervoor is aanvullend structureel budget nodig van circa € 177.000 (taakveld 7.3).

Beïnvloedbaarheid lasten uitgedrukt in %

Figuur 72

Toelichting

De lasten van dit beleidsdoel worden volledig gedekt uit de afvalstoffenheffing. Een verlaging van de lasten betekent dat de tarieven van de afvalstoffenheffing naar beneden bijgesteld moeten worden en geeft daarmee geen voordeel voor de algemene middelen.

Beïnvloedbaar

De beïnvloedbare lasten zijn lasten zoals reiniging-handhaving, afvalverwijdering en -verwerking en kwijtscheldingen.

Niet beïnvloedbaar

Er zijn geen niet-beïnvloedbare lasten.

Middellange termijn beïnvloedbaar

De lasten die op middellange termijn zijn te beïnvloeden zijn kosten zoals de kosten van afvalverwijdering ern -verwerking van Meerlanden en lasten van de inning van de afvalstoffenheffing door Cocensus.